Bijgeloof van kosmonauten

2012/01/10

André Kuipers cirkelt veilig in een baan om de aarde. Maar dit heeft wel heel wat voeten in de aarde gehad. Want aan de onfeilbaarheid van de wetenschap wordt danig getwijfeld. De bijgelovige handelingen spreken boekdelen.

Vijf dagen voor de ruimtereis signeerden Kuipers en zijn twee collega’s dwangmatig een muur van het ruimtevaartmuseum. Ook schreven ze na een laatste nachtje kosmonautenhotel hun naam op de hoteldeur. En wel omdat Joeri Gagarin, de eerste Rus die 50 jaar geleden de ruimte kreeg, dit alles óók voor zijn lancering deed.

Bij het voorgaande moest ik denken aan het spreekwoord: gekken en dwazen schrijven hun namen op muren, deuren en glazen. Het spreekwoord gaat een beetje mank op het glas. Want de glazen waarmee ze hun laatste toost uitbrachten werden niet gesigneerd. Waarschijnlijk omdat het glaswerk, naar voorbeeld van alweer die Joeri, in een hoek kapot werd gekeild.

Ja, die Joeri is bijkans een heilige, die tot in het absurde wordt nagevolgd. Zo deed hij het vlak voor die eerste vlucht bijna in zijn broek. Bij gebrek aan een boom plaatste hij een geurvlag tegen het met hoefijzers behangen busje dat hem naar het lanceerplatvorm bracht. En wel tegen het rechter achterwiel. Vijftig jaar lang wordt dat wiel inmiddels door imitatieplasjes van kosmonauten geteisterd. Het rubber moet de verstaffing nabij zijn. Afgelopen keer ging het nog goed, maar ik heb de stille hoop dat de eerstvolgende lancering een klapband oplevert. Want het wordt tijd voor een bommetje onder dat absurde bijgeloof.

Overigens zijn André en zijn maten het verblijf in het ruimtestation volgens sobere traditie gestart: met gelukbrengend brood en zout. Waarom niet wat minder bijgelovig en een eitje erbij gekookt? Een kip is toch zo meegenomen? En omdat de zon door de 16 banen per etmaal ook 16 keer opgaat, acht ik de kans groot dat zo’n beestje astronomisch legt. Tenminste, bij de vooronderstelling: één eitje per dag.

Het is wel een geruststelling dat André en de twee Russen, voordat ze de raket ingingen, nog door een orthodoxe wijwaterwasstraat zijn gehaald. Of is dat ook bijgeloof?

Henk van Blijderveen


Brengt getal 7 geluk?

2008/10/05

Het getal 7 blijkt populair te zijn als geluksgetal. Zo wordt dit getal regelmatig gebruikt om te bepalen welke lotnummers moeten worden gekocht. Of voor het kiezen van de perfecte huwelijksdatum. Want als je op 7-7-2007 bent getrouwd, dan heb je bij voorbaat al een scheiding afgewend.

Vroeger werd er gedobbeld. Toen waren er dan ook nog veel mensen die nog niet tot zeven konden tellen. Maar sinds we door scholing de zeven hebben leren kennen, willen we hem gebruiken ook. Leve de 7! (en de dood aan de dobbelsteen)
Sommige mensen, de hoogbegaafde gelukszoekers, hebben zelfs het getal 13 verkozen tot geluksbepalende factor. Dat getal staat namelijk met stip op de tweede plaats van geluksgetallen.

Tja, het heeft ook wel wat wanneer je quasi-nonchalant op een gevorderd uurtje van een feestje kunt zeggen: “Mijn geluksgetal is 13”. Dan maak je echt de blits. De gedachten van de geïmponeerde toehoorders zullen variëren van “Zo, die durft!” tot “Ik wist niet dat hij al tot dertien kon tellen.”

Ach, geluksgetallen. Als u een hele dag een dobbelsteen werpt en de scores bijhoudt, dan zult u aan het einde van de dag tot de ontluisterende ontdekking komen dat alle cijfers van 1 tot en met 6 vrijwel evenveel zijn gegooid. En zou u een jaar lang gooien, dan worden de toch al minieme scoringsafwijkingen nog kleiner. Probeer het maar eens.

Het ophangen van geluk aan getallen is gewoon een vorm van zinsbegoocheling. Het wordt ook wel bijgeloof genoemd. Een geloof dat naast het eigenlijke geloof staat. Een geloof dat je erbij neemt. Voor de zekerheid.

Maar wat is dan het hoofdgeloof? Of is bijgeloof inmiddels hoofdgeloof geworden?

Henk van Blijderveen


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 49 other followers