Onderzoekers ontdekten dat ijseters steeds meer nodig hebben om het genotsgevoel te bereiken dat ze bij de eerste keer hadden. Een verslaving die de onderzoekers gelijkstellen met een drugsverslaving.
Na dit onderzoek wordt mij veel duidelijk! Ik zal u uitleggen hoe mijn leven op de ijsklippen liep.
Jaren geleden opende in Ugchelen IJssalon De Kei haar deuren. Een salon waar de bolletjesschep wordt gehanteerd als een pollepel. Een bakje waar met gemak zeven bolletjes in kunnen, wordt met drie pollepelscheppen zomaar gedempt.
Aanvankelijk volstond één “bolletje”. Toen werden het er twee en de laatste jaren heb ik aan drie nauwelijks genoeg. En weet u wat het beroerde is? Van de door mij geslikte bolletjes overwintert de Keidealer. Drie maanden zijn de deuren gesloten! Vorig jaar behielp ik mij door ijs uit het vriesvak van Appie te scoren. Maar al dat versneden spul bevredigde mij dit jaar niet meer. Ik verlangde hartstochtelijk naar het pure ijs van De Kei. Al bijna drie maanden lang rijd ik er op mijn fietsje langs, druk mijn neus tegen de ruit, doe mijn ogen dicht, stel mij een bolletje chocolade-ijs voor en belik het koude raam. Vaak blijf ik zo een half uur staan, totdat een vriendelijke voorbijganger mij bij de hand neemt en vraagt “of het wel gaat”.
Zo vulde ik deze winter mijn dagen, maar niet mijn maag. Een winter waarin de afkickverschijnselen, vanwege de coldturkey, hand over hand toenamen. In de vorstperiode van dit jaar, keek ik zelfs begerig naar het ijs op sloten en kanalen. Het werd zo erg met me, dat ik op een fietstocht langs het Apeldoorns Kanaal, mezelf niet mee in de hand had en een bijt uit het ijs heb gegeten. De eenden en waterhoentjes waren me dankbaar. Tijdens mijn bezigheden staken fietsers duimen omhoog en moedigden me aan. Zoveel “dierenliefde” hadden ze nog nooit gezien.
Deze week ben ik helemaal door het dolle heen. Ik slaap niet meer en heb 500 euro klaarliggen voor morgen, 7 maart.
De Kei gaat weer open!
Ach, onderzoekers en ijsverslavingen moet je met een korreltje zout nemen. Zodat ze kleiner worden.
Henk van Blijderveen
Geplaatst door Henk van Blijderveen 








