Maximaal genieten met minimale inspanning

2011/06/22

Aan de rand van Lelystad bevindt zich een bijzondere hectare landbouwgrond. Daar serveert tuinbutler Tim Schippers tuintjes uit aan naamvolkstuinders. Tuintjes die Tim voor 500 euro per jaar geheel verzorgt. Zo ploetert Tim zich een inkomen bij elkaar. En tien gesubsidieerde langdurig werklozen ploeteren met hem mee.

Het is een wonderlijk fenomeen: tijdgebrekkigen met een hobby. Een heuse eigen volkstuin! Waarin de tuinbutler de scepter, schoffel en hark zwaait. “Maximaal genieten, met minimale inspanning”, zo noemt de butler het.

Helaas is deze min-max combinatie vrijwel altijd doodlopend. Nee, ik ben geen Calvinist. Meer een pragmaticus die zijn ogen de kost geeft. Ik zie de huwelijken en vriendschappen waarin niet geïnvesteerd wordt. Waarin geen wortels zijn geslagen die houvast bieden bij tegenwind. Ik zie de drukke ouders die de opvoeding van hun kinderen bijna geheel uitbesteden aan clubs, scholen, buitenschoolse opvang, opvangmoeders of grootouders. Ouders die hun kinderen materieel pamperen, terwijl hun kroost hunkert naar liefde en aandacht. Ik zie de uitgezakte zappers die maximaal willen genieten van hun tv, biertje en zak chips. Om zichzelf uiteindelijk te verliezen in de goede en slechte tijden van anderen.

En ik zie de postmoderne gelovige die toenemend afhankelijk wordt van het geloof van anderen. Die, geholpen door derden, periodiek uit zijn dak gaat richting hemel om kort daarna weer te crashen in de to do lijstjes. Te druk als hij is om zelf een relatie met Jezus te onderhouden, om te wandelen met Hem, ontstaat er een onbevredigend jojo-geloof. Een geloof waarbij anderen aan het touwtje trekken.

Nee, maximaal genieten met een minimale inspanning is een misleidende kreet. Want inspanning kweekt betrokkenheid en geeft voldoening. Tenminste… als die inspanning voortkomt uit de liefde voor God, de naaste en jezelf. Zo’n inspanning wordt een mens niet snel teveel.

Henk van Blijderveen


Herfsttijloos of herfststijlloos?

2010/11/23

Onlangs organiseerde onze kerk een gastendienst. Iedere bezoeker kreeg na afloop een vrij grote, wat mysterieus aandoende, bruine knol als cadeautje mee naar huis. De enige dienstmededeling vanaf het podium was, dat het een knol van de Herfsttijloos was. Minimale informatie die de knol in het luchtledige liet zweven. En omdat een knol geaard moet worden besloot ik nader speurwerk te verrichten met het volgende resultaat.

De Herfsttijloos is een van oorsprong Mediterrane plant. De noordgrens van het verspreidingsgebied loopt nog net door Nederland; in Limburg en Brabant kan de plant op enkele plaatsen in het wild worden aangetroffen.

De Herfsttijloos heet zo, omdat hij vanaf september tot november bloeit. Een kwartaal lang en dat is, afgezet tegen een herfst van drie maanden, tijdloos. In Oud-Hollands: tijloos. Mochten er lezers zijn die het ding vanwege het druilerige en naargeestige herfstweer van 2010 uit willen schelden voor herfststijlloos, dan heb ik daar alle begrip voor. Let wel! Uitschelden is wettelijk toegestaan, maar uitrukken niet: het is een beschermde plant die op de rode lijst voorkomt.

De Herfsttijloos wordt in sommige streken ook wel “Naakte Juffer” genoemd omdat de bloem in nog minder blad gekleed gaat dan Eva in het paradijs. Ze is helemaal naakt en krijgt haar bladeren pas in het voorjaar.

Tegen die tijd is het vruchtbeginsel een verdroogd zaaddoosje geworden. In vroegere tijden werd dit doosje wel als rammelaar gebruikt. Maar wel een dodelijk rammelaartje. De zaadjes bevatten namelijk, net als de knol, het zwaargiftige colchicine. Maar vloek en zegen liggen bij de Herfsttijloos dicht bij elkaar. Zo werd colchicine vroeger, vanwege de ontstekingsremmende werking, gebruikt als geneesmiddel voor jicht en, door een remmende werking op de celdeling, voor kanker.

Omdat het omslagpunt waarop colchicine van medicijn verandert in gif zeer kritisch is, vrees ik dat veel lijders destijds het tijdelijke door het herfsttijloze hebben verwisseld met het eeuwige.

Ik weet het: een gegeven paard mag je niet in de bek kijken. Met deze column vrees ik mij vergaloppeerd te hebben in ondankbaarheid: ik heb de knol finaal doorgelicht.

Henk van Blijderveen


Doorgedraaide andijvie

2010/11/07

Andijvie,
mediterrane plant.
Ingeburgerd gastgewas.
In hybrides geassimileerd,
smakelijk groenteras

Vaak wordt ze versmaad,
voelt zich doorgedraaid
in een kil klimaat.
Gezonde kost
komt niet altijd
voor de baat.

En voelt andijvie nattigheid,
dan wordt geen blad
voor de mond genomen,
je hoort bijna dat ze lijdt:
ze kunnen de stamppot op;
nog even en ik ben opgerot.

Maar na regen
komt zonneschijn!
Zie haar staan:
uitgedroogd,
een en al chagrijn.
Slakend opgekropte kreten:
Giet!
Of ik schiet!

Toch noem ik andijvie
niet crimineel.
Eerder dorstig en bitter,
zich ergerend,
groen en geel.

Henk van Blijderveen


Luis ze erin!

2010/11/03

Op een etiket
moet nooit “Kom kommer”
worden gezet.
Het is vragen om
luis en gare rapen,
om kwel in uiige tranendalen.

Dan verandert tuinieren
in kastijden.
Een luizige strijd
gevoerd in volle grond
en onder glas.
Een oorlog
van enkele uren daags:
mijn kas-tijden.

Maar God zij dank,
voor het lieveheersbeestje!
Hij laat er velen inluizen.
Hoe kan in zo’n klein beestje,
zoveel zinnig geweld huizen?

Voor hem is mijn moestuin
een hof van eten.
Voor mij een lustoord
waar ik lof oogst.
Mijn kinderen zien het
als een Pa-radijsje.

Henk van Blijderveen


De ruiten van de tuinder

2010/10/18

Ik heb een hobbykas gekocht. Geen polycarbonaatkasje van Chinese makelij die een tuinder op stormachtige herfstnachten uit zijn slaap houdt met angstbeelden gevuld met verwaaide kasonderdelen.

Nee, het is een oerdegelijk tweedehands hobbykas geworden. Een heuse Helios. Aluminium waar je u tegen zegt, 4 millimeter dik glas en 2 meter 40 hoog, dus berekend op een uit de kluiten gewassen tuinder.

Anderhalve week geleden heb ik de kas samen met mijn zoon Jeroen opgehaald. Eerst moesten we langs Ederveen om de telefonisch gereserveerde aanhanger met glasbok op te halen bij een familiebedrijfje dat zich kenmerkte door Janboerenfluitjes. De aanhanger paste prima in het bedrijfsprofiel; in de loop van de tijd was ongeveer een kwart door roest en vermolming teruggegeven aan de natuur. De verhuurder zag mijn twijfels: “Ja, de aanhanger is al 20 jaar niet meer verhuurd. Maar hij is wel van een echte glaszetter geweest!” Na wat dubben, hebben we hem toch maar aangekoppeld, de voormalige aanhanger van

J. Maassen
Glaszetter
Lunteren
(24-uurs service)
Tel. 452

De letters waren nog ongeschonden en stonden als tijdloze plastic lelies in de modder te pronken. Ja, het was een aanhanger met een hoog beunhaasgehalte.

Geheel tegen de krakkemikkigheid in, verliep het transport vlekkeloos. De volgende dag heb ik het aluminium frame van de kas op mijn volkstuin in elkaar gezet. Toen dat karwei geklaard was, zette ik tevreden een tuinstoel in de kas om in het zonnetje te genieten van mijn werk. De eerste de beste passerende collega-volkstuinder riep: “Een mooie kas, Henk. En wat een heldere ruiten!” De volgende twee passanten hadden soortgelijke opmerkingen.

Ik moest onwillekeurig denken aan een parodie op de kleren van de keizer: de ruiten van de tuinder. Met ieder volgend glazig compliment zouden mijn ruiten reëler worden, totdat uiteindelijk tuinieren met fantastische ramen de standaard zou zijn. En dan is het wachten op de ontnuchterende vraag van een van mijn kleinzoontjes: “Wanneer zet je er ramen in, opa?”

Tja, kinderen stellen soms vragen die wakker schudden. Vragen die laten zien hoe naakt we zijn. Vragen die de dwaasheid van de grotemensenwereld blootleggen…

Henk van Blijderveen


Ik ben een freak

2010/08/09

Ik ben een freak. Niet altijd, maar toch tamelijk freakwent. Ik zal u wat voorbeeldjes geven.

Onlangs heb ik werkelijk het hele internet in drie weken tijd twee keer omgeploegd voordat me volkomen duidelijk was, dat een Honda Jazz automaat onze nieuwe auto moest worden. Betrouwbaar, nummer 1 in tevredenheidsonderzoeken en super zuinig. Ongeveer 1:18.

Met heel Nederland als jachtgebied heb ik uiteindelijk mijn Jazz voor een bodemprijs in Den Bosch gekocht.

Geloof het of niet, maar dit is het kenteken van onze auto. Ja, het blik rijdt als een trein!

1:18 zei ik hè? Nou met Henk Gemser zeg ik: dat kan beter! Mede dankzij een leuk boordcomputertje en een cruisecontrol heb ik het gepresteerd om swingend, met een verbruik van 1:25, van Apeldoorn naar Appelscha te rijden. Ik sluit niet uit dat ik ooit 1:30 ga halen. Met storm mee, zonder 70 kilo echtgenote en hangend achter windvangende hoge vrachtwagens. Het is vervelend dat er een grens zit aan dit soort recordpogingen. Maar misschien dat het met zonnepanelen op het hondadak mogelijk wordt om 1:∞ te rijden.

Mijn nieuwste project is een hobbykas voor op de volkstuin. Alle kassen die in Nederland verkrijgbaar zijn heb ik al aangeklikt. Heel veel valt af. Te kort, te smal, te laag, te groot, glas in plaats van polycarbonaat en als het precies is wat ik zoek, dan is het weer peperduur.

Uiteindelijk zal ik wel een redelijke kwaliteitskas voor weinig geld op de kop tikken. Een tweedehandsje dat nog vitaal genoeg is om qua aftakeling gelijk op te gaan met een 56-jarige, zodat we beiden op hoge leeftijd het tuinieren kunnen staken. Deo Volente natuurlijk.

Ja, ik ben een freak die graag voor een dubbeltje op de eerste rang zit. Ik til het muntje nog wel even op om te kijken of er geen addertje onder zit.

Zou dat ook de drempel kunnen zijn die genomen moet worden om Jezus Christus aan te nemen? Het evangelie is namelijk geheel gratis. Misschien dat velen menselijkerwijs denken: dan kan het ook niks zijn. Of: als het niks kost, dan word ik er vast ingeluisd.

Tja, het is soms moeilijk te accepteren, dat God niet van het voor-wat-hoort-wat-type is.

Henk van Blijderveen


Een volkstuinder en zijn verwachting

2010/03/09

Mijn kleinood!

Afgelopen zaterdag was het weer zover: de leden van onze volkstuinvereniging konden de bestelde zaden ophalen bij het clubgebouw van de E.A.V., de Eerste Apeldoornse Volkstuinvereniging.

E.A.V. suggereert dat onze club de eerste is in een enorme reeks Apeldoornse volkstuinverenigingen. Door dat “Eerste” krijgt onze club iets verhevens, het tuinieren iets edels dat de inspanningen van de tuinlieden van Paleis het Loo ver overstijgt. Hun werk schijnt slechts koninklijk gewroet.

De volkstuinders van de E.A.V. bemesten, spitten, schoffelen, zaaien en oogsten met een geestdrift die slechts te vinden is bij hobbyisten. We spannen ons net genoeg in om lekker moe te worden, produceren net genoeg om niet naar de markt te hoeven en de zeldzame baaldagen verantwoorden we nergens. Werk zoals werk zou moeten zijn.

Na het voorgaande zal het duidelijk zijn dat wij jaarlijks op die feestelijke eerste zaterdag van maart onze zaden met een verwachtingsvolle blijdschap in ontvangst nemen. Buitenstaanders die de volkstuinders met een stralende glimlach hun doosjes geluk uit het verenigingsgebouw zien dragen, moeten welhaast denken dat er in de kelder van de EAV een goudader wordt geëxploiteerd.

Heel in de verte heeft het wel iets weg van werknemers die de laatste werkdag voor Kerst met hun kerstpakket goedgemutst het bedrijf uitlopen. Niet door dat onbenullige doosje waarin zelden een verrassing is te vinden, maar door de vrije dagen die in het verschiet liggen.

Ik zei het al: heel in de verte. Want de impact van de doos met zaaigoed reikt veel verder dan een kerstpakket inclusief vrije dagen. Dat doosje bestrijkt lente, zomer, herfst en zelfs winter en zit vol met leven. Het doosje herbergt onnoemelijk veel plezier en beloftes.

Zoals de eerste jonge aardappeltjes met mosterd. Griesmeelpudding met eigen bramensaus, mais met kaassaus, peultjes. Mmmm! Door de kou van de afgelopen tijd kan ik wat later zaaien dan anders. Toch verwacht ik weer een fantastisch tuinjaar.

Ik zie een parallel met mijn geestelijk leven. Ik verwacht een fantastische toekomst. Dat is de reden dat ik behalve het doosje met zaden ook mijn hedendaagse ongemakken blijmoedig kan dragen.

(2 Korintiërs 4:7-9)

Henk van Blijderveen


Rugklachten door olifantenpoep

2009/09/21

Olifantenpoep wordt de nieuwste rage voor tuinbezitters. Voor 5 euro vult een olifant uw emmer. Het spul is werkelijk wonderbaarlijk. Vooral rozen bloeien erop als nooit tevoren. Het schijnt zelfs rozen in een woestijn te laten floreren.

En wat dacht u van het statusverhogende effect. Ik hoor het een kakmadam in een of andere villawijk op een zomerse high tea al in haar prieeltje zeggen. “Mijn tuin doet het echt fantastisch op olifantenpoep.” “Oh kijk, wat ééénig! Een mestkever met een bal! Die beestjes kunnen toch zóóó mieters spelen met dat goedje van mijn geslurfde vrinden.”

Nu maak ik deze olifantenboluskoopster wel wat ridicuul, maar dat is niet geheel terecht. Want olifantenpoep is werkelijk fenomenaal. Bij ons op de volkstuinclub wordt ieder voorjaar 10 kuub gestort. Wie het laatst komt, wie het meest baalt. Maximaal een kuub per tuinder. En ieder jaar is het vaste prik. Een week voor de levering zetten de eerste tuinders hun tent al bij de stortplaats. Om maar even aan te geven dat het bijzonder spul is. U wilt harde feiten? Nou, die kan ik geven!

Vorig jaar is er door een tuinder een pompoen gekweekt die met geen mogelijkheid van het volkstuincomplex kon worden verwijderd. Een creatieve geest van de club kwam toen op het idee om een deal te sluiten met Blijdorp. Zij leveren een olifantenkracht en wij zorgen ervoor dat het een journaal-item wordt. Zo werd het complex pompoenvrij gemaakt en kreeg Blijdorp gratis mestreclame.

Maar er zijn ook tuinders die ervan terugkomen. Want het is niet echt leuk, wanneer je een tuintje van 100 vierkante meter hebt waar slechts één krop sla in past. Bovendien loopt de club langzamerhand leeg. Vanwege rugklachten…

Henk van Blijderveen


Is tuinieren wel zo gezond?

2008/10/16

Tuinieren is gezond voor hart- en bloedvaten. Ook helpt het tegen dementie. De keerzijde hiervan is wel dat je wat bewuster de verschrikkelijke aandoeningen beleeft die je vroeg of laat gaan treffen. Want tuinieren schijnt toch wat minder gezond te zijn dan wij denken.

Drink je een slokje uit de tuinslang, dan kun je zomaar piepjong overlijden aan de veteranenziekte. Zie je met de snoeischaar het verschil niet meer tussen een takje en je pink, dan ligt tetanus op de loer. En ben je als een volwassen kind heerlijk aan het genieten van aarde en compost, dan zitten er weer onzichtbare bacteriën in die je een longontsteking willen bezorgen. Tot slot kun je ook nog eens de verschrikkelijkste allergieën oplopen door het aanraken en eten van je gewassen.

Ja, dit zijn zomaar wat ziek- en doodmakers die in een waarschuwende artikel stonden. Een artikel dat gebaseerd is op onderzoeken van gefrustreerde wetenschappers. Ze hebben niks relevants gevonden en om al die verloren onderzoekstijd nog enigszins te rechtvaardigen worden er “resultaten” gezocht waar ze niet zijn. Misschien kunnen ze mij ook nog ten tonele voeren. Als medisch wonder: al 30 jaar een volkstuin en nog steeds in leven!

Ach,we autorijden, fietsen en lopen de hele dag risico’s. Zonder er een onderzoek aan te koppelen durf ik te stellen dat een jaar lang 5 kilometer door stadsverkeer fietsen naar mijn volkstuintje meer risico’s oplevert dan een leven lang werken op dat tuintje.

Tja, je zou bijna kunnen denken dat zitten de enige levensverlengende activiteit is.
Maar bedenk dan wel dat er over een jaartje wel eens een soortgelijke tekst op uw steen kan staan:

Hier ligt onze Jeen,
zittend ging hij heen.

Doodsoorzaak? Hartvervetting…

Henk van Blijderveen


Knolraap herontdekt door kredietcrisis

2008/10/01

De aloude betaalbare knolraap is terug van weggeweest. Herontdekt dankzij de kredietcrisis. Want daardoor zijn al die slecht smakende buitenseizoense kasgroenten en kerosineslurpende gewassen uit warmere streken onbetaalbaar geworden.

Ja, de knolraap is een indicator voor welvaart. Kort na WO II werd hij nog veel gegeten, maar met het stijgen van de welvaart werd hij te gewoontjes. Er is nog geprobeerd om knolraap te veranderen in het smakelijker klinkende koolraap, maar ook dit heeft zijn val niet kunnen stuiten.

Eigenlijk hadden ze ook nog wat moeten sleutelen aan dat “raap”. Het doet mij altijd denken aan de kop van jut. Het is weliswaar al lang geleden dat leeftijdgenootjes me vroegen of ik een knal voor mijn raap wilde. Maar toch… Dat raap hadden ze echt moeten veranderen.

Weet u wat? Laten we deze verloren groentezoon Brassica noemen, de Latijnse familienaam voor kool. Toch een beetje exotisch en tevens een kleine verwijzing naar het waarom van zijn terugkeer: een brassende westerse wereld. Ach, die kredietcrisis kon toch iedereen zien aankomen? Een economisch stelsel dat gebaseerd is op de pof, krijgt vroeg of laat de rekening gepresenteerd.

Maar gelukkig zijn er altijd nog koolrapen, Brassica’s. Het eerlijke gele goud uit de Nederlandse bodem. Als de rapen gaar zijn vormen ze met een bloemsausje een ware delicatesse. Balsem voor de maag, de portemonnee en de kredietcrisis.

Het zou me niet verbazen wanneer er magere jaren gaan aanbreken. Jaren die ons na laten denken over de vraag waar het nu eigenlijk om draait in het leven. Jaren die versobering gaan brengen waardoor een egocentrische en vetgemeste samenleving zich uit overlevingsdrang zal moeten losrukken uit het verraderlijke drijfzand van de welvaart.

Gelukkig is er altijd hoop.

Henk van Blijderveen


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 49 other followers